Hoe kan dat toch, dat jij al in de stress schiet als je alleen nog maar denkt aan dat feestje met collega’s? En dat de collega naast je er al dagen naar uitkijkt? Eén van de beste manieren om hier achter te komen is simpelweg weten welk type je bent: extravert of introvert. Beide types staan immers anders in het leven en gaan ook anders om met stress.
De begrippen introvert en extravert zijn in de jaren ’30 ontwikkeld door psycholoog Carl Jung en zijn de kern van zijn persoonlijkheidstypologie. Vandaag de dag is deze typologie nog steeds actueel en wordt hij vaak toegepast in persoonlijkheidstesten. Grofweg kunnen we mensen indelen in twee typen*.
Aan de ene kant van het spectrum hebben we de extravert. Een extravert wordt over het algemeen gezien als iemand die dol is op de bruisende gezelligheid van mensen en plekken. Sociale situaties handelt hij met gemak af. Hoe meer prikkels, hoe meer energie hij krijgt.
Aan de andere kant van het spectrum staat de introvert. Een introvert wordt meestal gezien als iemand die meer gereserveerd en voorzichtiger is in drukke, sociale situaties. Hij is bedachtzaam en sensitief. Te veel prikkels vermoeien hem.
In de Westerse samenleving is het voor extraverte mensen makkelijker om te navigeren dan voor introverte mensen. De goedgebekte, flexibele socializer past beter in de snelle samenleving dan de gevoelige en bedachtzame denker. Het hart van de extravert ligt op zijn tong. Die van de introvert in zijn hoofd. Dat is ook meteen het grootste verschil: de krachten van de extravert zijn naar buiten gericht, duidelijk aanwezig. Die van de introvert naar binnen, sluimerend op de achtergrond.
* De laatste jaren wordt er ook meer en meer verwezen naar een derde type: de ambivert. Dit persoonlijkheidstype is afhankelijk van de situatie eerder extravert of introvert. Hij of zij bezit dus zowel introverte, als extraverte karaktereigenschappen. Wanneer een ambivert zich op zijn gemak voelt (bijvoorbeeld bij familie of vrienden), zullen de extraverte eigenschappen eerder naar buiten komen. In nieuwe of spannende situaties, neemt hij eerder de afwachtende houding aan van een introvert.
Het beeld dat we hier boven schetsen is gelukkig niet zo zwart-wit. Extraversie betekent niet altijd sociaal en gezellig en introversie is niet volledig het tegenovergestelde. Beide types bewegen heen en weer over het spectrum, afhankelijk van de situatie en het gezelschap waarin ze zich bevinden (zie uitleg ambivert). Toch hebben we altijd één basispositie in dit spectrum. Welke dat voor jou is, ontdek je door antwoord te geven op de volgende vraag:
Een voorbeeld. Laten we zeggen dat je een drukke werkweek achter de rug hebt. Nu ben je twee dagen vrij! Welk lijstje met activiteiten geven jou weer nieuwe energie?
En, heb je al een keuze kunnen maken? Wie een duidelijke voorkeur voor lijst 1 heeft, is introvert. Kies je voor lijst twee dan ben je extravert. Zit het er bij jou meer tussenin? Dan heb je kenmerken van beide types. De ene keer heb je zin om er op uit te gaan. De andere keer vind je het prima als er geen uitje op de planning staat.
Nu je weet hoe je de batterij weer op kunt laden, weet je ook wat je nodig hebt in periodes van stress. Dit kan helpen om de dagen beter in te delen en meer in balans te blijven. Ben je bijvoorbeeld gewend om na een drukke werkweek ook het weekend vol te plannen, maar schreeuwt jouw innerlijke behoefte om een kop thee, de zetel en een goed boek? Neem dan je tijdsbesteding eens goed onder de loep.
Introverte en extraverte personen zijn dus duidelijk verschillend op bepaalde vlakken. Maar met name op 4 punten verschillen ze erg hard. Op basis van deze vier verschillen kun je in één oogopslag zien waarom sommige situaties en gebeurtenissen voor jou stress opleveren. En voor een ander juist niet. Het geeft je een persoonlijk inzicht in waarom je reageert zoals je reageert en waarom de ander juist een tegenovergestelde reactie kan geven. En dat de ene manier niet beter is dan de andere. Het is gewoon anders. Heel verhelderend!
Grote onbekende groepen mensen in een drukke omgeving. Gezellig? Voor een introvert absoluut niet. Dit komt omdat het brein van de introvert heviger reageert op prikkels. Prikkels zuigen letterlijk de energie uit zijn lijf. Voor een extravert werkt het precies andersom: hoe meer prikkels, hoe meer energie de extravert krijgt. Op het kantoor zie je bijvoorbeeld dat de extravert graag werkt met mensen om zich heen. Om wat gedaan te krijgen, zet hij de radio aan en heeft hij voldoende geklets tussendoor nodig. De introvert trekt zich op zo’n moment liever terug op een rustige plek, zonder ‘gedoe’ aan zijn hoofd.
De vraag is nog niet eens gesteld of de extravert komt al met zijn antwoord. Als hij het gevoel heeft dat hij gelijk heeft, zal hij dit ook direct duidelijk maken. Besluiten maken kan hij als de beste. Met als nadeel dat hij ook te voortvarend en ondoordacht kan zijn.. De introvert doet dit juist wel, maar het kost wel tijd. Hij denkt lang na en wikt en weegt over een besluit. Hij bekijkt de situatie vanuit meerdere perspectieven en komt pas met een antwoord als hij zeker weet dat het ook klopt.
Rinkelen de stressalarmbellen dan schiet ons lichaam in de overlevingsmodus: we kunnen dan rennen of vluchten. Dit vertaalt zich voor de extravert in ‘rengedrag’. Hij wordt fysiek onrustig en gaat alsmaar sneller en zenuwachtiger praten. De introvert bevriest. Hij klapt dicht en wil juist zo snel mogelijk vluchten van de situatie.
Het maakt hem onrustig en kan zelfs een down gevoel geven. Een introvert komt dan juist tot bloei. Maar zet je hem in een drukbevolkte kamer met meerdere taken, dan weet hij niet hoe gauw hij moet vluchten naar een rustige plek.
Ontvang elke maand onze nieuwsbrief met handige tips voor een gezonde lifestyle
Ik schrijf me in >