Geschiedenis
In de Zuid-Amerikaanse volksgeneeskunde werd de sponskomkommer als purgerend middel, als diureticum en tegen astma gebruikt. Daar staat de plant bekend onder de naam Esponjilla en dat betekent sponsje. In Braziliƫ noemt men deze plant Cabacinho of Casadores en wordt zij gebruikt bij verstopping, weefselzwelling en tegen oedemen. Ook bij reukstoornissen geeft zij goede resultaten. Willmar Schwabe bracht dit kruid mee van een expeditie naar de primitieve stammen in Colombia en voerde het in 1962 als homeopathisch middel in.
Luffa operculata L. is een kleinere soort van de Luffaspons, L. cylindrica, uit dewelke massageborstels of massagehandschoenen gemaakt worden. L. cylindrica wordt eveneens als geneesmiddel gebruikt.
Botanische eigenschappen
De eenjarige, zachte klimplant met hoekige stengel kan een hoogte van 3 meter bereiken. De bladeren zijn nier- tot hartvormig en vijflobbig. Ze zijn ongeveer 10-12 cm lang en breed. In de bladoksels staan de eenhuizige, bleekgele bloemen. Daaruit groeien pruimgrote, spitse vruchten. De schillen hebben korte stekels op de zijranden. Binnenin is de vrucht bekleed met kernachtig weefsel en fijn vezelvlechtwerk en bevinden zich de lichtbruine, platte zaden.
Voorkomen
Luffa is thuis in Colombia, Peru, Braziliƫ en Mexico en wordt daar in natuurlijke gebieden verbouwd.
Verwerking
Men gebruikt de gedroogde vruchten in de homeopathie voor de
aanmaak van verdunningen. In de thuislanden van deze plant gebruikt men
het sponsweefsel van de gedroogde vruchten in natuurlijke middelen en
wordt het ook verwerkt tot cosmetische sponsjes.
A.Vogel gebruikt Luffa operculata L. in zijn producten tegen de problemen veroorzaakt door pollen.