Wildemanskruid
Pulsatilla vulgaris of wildemanskruid komt oorspronkelijk uit Oost-Europa. Er komen twee soorten voor in het wild: Pulsatilla patens en Pulsatilla
vulgaris. Alle gekweekte vormen stammen af van Pulsatilla
vulgaris. Pulsatilla komt van het Latijnse "pulsata" wat "aangeslagen geluid" of kortweg "klokje" betekent.
Botanische eigenschappen
Pulsatilla vulgaris behoort tot de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). De plant ziet er harig uit en heeft veervormige bladeren. Onderaan zijn de bladeren dubbelgeveerd. Voor de bloei groeit het wildemanskruid tot 5-20 cm hoogte om daarna door te groeien naar 40 cm hoogte. Alle bladeren zijn bedekt met grijze haartjes. De bloei is van maart tot mei. De bloem heeft 6 purperen bloembladeren die aan de onderkant bleek of zilverachtig kunnen zijn. Ze heeft veel gele meeldraden en stampers. Onder de bloem zitten de omwindselbladeren. Deze zijn handvormig met zilverachtige haartjes. Pulsatilla heeft dopvruchtjes met elk een veerachtig pluimpje aan de snavel.
Voorkomen
De plant staat alleen en houdt van kalkhoudend grasland. Ze komt vooral voor op Zuid-Europese hellingen. In Belgiƫ vindt men ze nog terug in de vallei van de Viroin.
Verwerking
Het wildemanskruid is een giftige plant. Van het extract maakt men een verdunning dat kan worden gebruikt bij uiteenlopende klachten zoals in geval van migraine, onregelmatige menstruatie, PMS klachten, spataderen, verkoudheid en oorproblemen. Het werkt krampopheffend, kalmerend, doet zweten en maakt het hoofd helder.