A.Vogel Blog

Taal/Langue

melissa-officinalis-citroenmelisse

Citroenmelisse

De Latijnse geslachtsnaam "Melissa" is afkomstig van het gelijkluidende Griekse woord dat "bij" of "honing" betekent en duidt op het feit dat de plant veelvuldig door bijen wordt bezocht. De soortnaam officinalis laat zien dat de plant veel voorkwam in de middeleeuwse kloostertuinen.

 

Botanische eigenschappen

Dit is een overblijvende, kruidachtige plant van 30-70 cm hoog, met rechtopstaande, vertakte stengels met eironde bladeren en kleine, witte, lila of geelachtige bloemen. De gesteelde bladeren zijn eivormig met een gezaagde of gekartelde rand en zijn zacht behaard. Kleine bloemen staan in schijnkrans in de bladoksels. Ze bloeien van juli tot augustus. De vrucht is een vierdelige splitvrucht.

Verwante soorten uit de Lipbloemenfamilie lijken op citroenmelisse, zoals het kattekruid en malrove.

 

Voorkomen

Verwilderde planten komen voor op zonnige, beschutte plaatsen onder heggen en langs muren op voedselrijke grond. Het is sinds eeuwen een cultuurplant.

 

Verwerking

Ofschoon citroenmelisse aanvankelijk werd gekweekt als bijenplant, heeft men al heel vroeg haar heilzame invloed erkend: de klassieke Griekse auteurs vermelden haar, Dioscorides adviseert het met honing vermengde sap tegen het "donker worden van de ogen". De Arabische arts Avicenna beveelt de plant aan als middel om de vitaliteit te versterken en somberheid te verdrijven. In het oudste gedrukte kruidboek, de "Hortus sanitatis" van Peter Schöffer wordt ze aanbevolen als vrouwenmiddel. In het boek van Hieronymus Bock bij problemen met de luchtwegen en de urinewegen. Herman Boerhaave tenslotte past de plant toe bij zenuwproblemen en hypochondrie.

De plant heeft een rustgevend, krampopheffend effect en werkt goed tegen vreemde indringers. Citroenmelisse is niet toxisch.

Men gebruikt het blad, vers of gedroogd in de fytotherapie. In de homeopathie gebruikt men de verse bladeren.

 
 

Printprint-icon

0 artikelen in winkelwagentje