Naam
De naam Juniperus is misschien een samenvoeging van het Latijnse 'junior', wat de 'jongere' en "pario" wat "verschijnt of "wordt zichtbaar" betekent. Deze hypothese verwijst naar het typische verschijnsel dat de plant bloeit en jonge vruchten (bessen) vormt terwijl die van het jaar daarvoor zich nog aan de plant bevinden. De naam kan echter ook afkomstig zijn van het Keltische woord "juneprus" wat "bitter" betekent en kan verwijzen naar de smaak van de bladeren en van de (onrijpe) bessen.
Botanische eigenschappen
Altijd groene, forse struik tot ca 6 meter hoog, met bundels rechtopstaande takken en naaldvormige bladeren, onopvallende geelachtige bloemen en eerst groene, daarna blauwzwarte bessen. De blauwgroene, scherpe naaldvormige bladeren met witte strepen staan in kransen van drie. De kleine geelachtige bloemen staan in kleine kegels bijeen in de bladoksels en bloeien in april en mei. De plant is tweehuizig, de schubben van de vrouwelijke bloem worden vlezig, eerst groen en daarna blauwzwart, berijpt en aan de top een driepuntige opening.
Voorkomen
Men vindt de jeneverbes terug op zonnige plekken,
op schrale, zure, zandige bodem in heel Europa, behalve in de streken
rondom de Middellandse zee.
In de oudheid werd deze plant, die een welriekende geur
verspreidt, gebruikt om woningen uit te roken in tijden van
besmettelijke ziekten. Dioscorides kende de urinedrijvende werking en
Galenus besefte de weldadige uitwerking op het spijsverteringsstelsel.
In de late middeleeuwen werd de plant zelfs als een panacee beschouwd.
Verwerking
In de volksgeneeskunde werd de jeneverbes gebruikt
als bestanddeel in middelen voor plasproblemen en tegen gasvorming in
maag en darmen evenals bij andere spijsverteringsproblemen. Tegenwoordig
wordt het aangewezen als een kalmerend, zuiverend en verfrissend middel
bij verstoorde spijsvertering, huidproblemen, onrust en spierproblemen.
Jeneverbes bevordert ook de eetlust. Langdurig gebruik of overdosering
kan echter tot problemen met de nieren leiden.
In de fytotherapie gebruikt men de verse of gedroogde bessen. In
de homeopathie maakt men gebruik van de verse of gedroogde, rijpe
bessen.
In de keuken:
De gedroogde bessen smaken zoet. Ze worden vaak
lang meegekookt in allerlei gerechten zoals in vullingen voor kip en
paté maar ook bijvoorbeeld bij zuurkool. Ze zijn lekker in marinades
voor het bereiden van wild en bij varkensvlees. Met jeneverbessen brengt
men ook jenever op smaak. Als men de bessen een beetje kneust vooraleer
ze te gebruiken, komt dat de smaak ten goede. Ze zijn lang houdbaar.
A.Vogel gebruikt deze plant oa in de nieuwe A.Vogel Inhalator omwille van zijn zacht zuiverend en verfrissend effect.