A.Vogel Blog

Taal/Langue

ijslands-mos

Geschiedenis

IJslands mos was, in tegenstelling tot andere mossoorten, bij de klassieke auteurs niet als geneeskrachtig bekend; de eerste berichten van medicinaal gebruik stammen uit de zeventiende eeuw. Linnaeus was bekend met de toepassing van de plant bij problemen met de luchtwegen.

Naam

IJslands mos hoort bij de familie van de korstmossen (Parmeliaceae). Synoniemen zijn Lichen islandicus L., Lobarai islandica Hoffm.

Geschiedenis van de naam

De naam "Cetraria" is afgeleid van het Latijnse "cetra", waarmee een klein leren schild werd aangeduid, vanwege de schildvormige voortplantingsorganen. Het woord "Lichen" is afgeleid van het Griekse "leichein", wat likken, schuren of stropen betekent en wat duidt op de kruipende manier van groeien.

 

Botanische eigenschappen

Het is een sporenplant met opgerichte thalli (stengels, takken), opgedeeld in gewimperde lobben en met rondachtige uitgroeisels aan de toppen van de bovenste lobben.De thalli zijn verdeeld in slippen die voorzien zijn van lobben met een gewimperde rand; de bovenkant is bruingroen van kleur en de onderkant is lichter met witachtige spikkels die aan de voet en aan de rand uitlopen naar vaalrood. Aan de toppen van de bovenste thalluslobben bevinden zich de rond- en roodachtige voortplantingsorganen, waarin de sporen gevormd worden. Noot: een korstmos is het resultaat van een symbiose tussen een schimmel en een wier.

 

Voorkomen

De biotoop van het IJslands mos zijn de venen en de bossen, op (vochtige) rotsen en boomstronken. Ze komen veel voor in Noord-en Midden Europa, in gebergten tot op 2500m.

 

Verwerking

IJslands mos wordt ingezet bij problemen met de keel en luchtwegen, bij een droge kuch, bij gebrek aan eetlust of bij spijsverteringsproblemen. In de fythotherapie gebruikt men de gehele plant, vers of gedroogd. In de homeopathie gebruikt men de gedroogde thallus.

 
 

Printprint-icon

0 artikelen in winkelwagentje